Wij gebruiken cookies om er voor te zorgen dat u onze website optimaal kunt gebruiken. Bezoekt u onze website, dan gaat u akkoord met deze cookies.
Deze website maakt gebruik van cookies. Als u klikt om door te gaan op deze website, dan gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Voor meer informatie

Weber Saint-Gobain - Official website of the company

Hoe dun kan een dekvloer zijn ?

Gezien de eisen op het vlak van thermische en akoestische isolatie, worden de laatste jaren voornamelijk zwevende dekvloeren voorgeschreven, waarbij de dekvloer op de isolatie wordt aangebracht.

Een dikke of dunne dekvloer

Vaak wordt bij het ontwerp een dekvloer met een dikte van minstens 6 cm voorzien, of zelfs 8 cm bij vloerverwarming. Deze dikte leidt nochtans in elk gebouw tot enkele nadelen :

  • veel bouwvocht
  • lange droging waardoor vaak warmtekanonnen of luchtontvochtigers worden ingezet om de drogingstermijnen te verkorten en het bouwtempo te bevorderen, vaak met scheurvorming tot gevolg
  • hoge krimp met scheurvorming tot gevolg
  • zware constructies
  • grote diktes, waardoor de mogelijkheden beperkt zijn in renovatie

Vloerverwarming

Met cementgebonden gietvloeren kan met een geringere dikte dezelfde - of zelfs betere - functionaliteiten* verkregen worden dan met traditionele dekvloeren. Dit maakt dat er meer vrije hoogte beschikbaar is in de vloeropbouw, die aangewend kan worden voor een dikkere isolatielaag.

Indien geen vloerverwarming voorzien wordt, dient voor een zwevende gietvloer een minimale dikte van 3 cm boven de isolatie voorzien te worden. Bij dezelfde opbouwhoogte, zou dit leiden tot minimum 3 cm extra isolatie. Met een gemiddelde lambdawaarde van 0,03 W/m K zou met 3 cm extra pur-isolatieschuim een U-waarde behaald worden van 0,27 W/m² K in plaats van 0,38 W/m² K of met andere woorden een verbetering van meer dan 30 %.

In geval van vloerverwarming, hangt de minimaal benodigde laagdikte af van de buigtreksterkte van de dekvloermortel. Gebaseerd op de ontwerpnorm NEN 2742 (versie januari 2005), ligt de minimale dikte van weber.floor 4350 fibers, die een buigtreksterkte heeft van 5 N/mm², voor een woongebouw op 30 mm. De dikte bovenop de vloerverwarmingsleidingen bedraagt minimaal 25 mm. Wanneer de zwevende gietdekvloer wordt afgewerkt met gelijmde tegels, kunnen de tegels worden meegerekend als dekking (voor verdere uitleg, zie puntje “vloerverwarming”).

Eigenschappen gietchapes

De belangrijkste eigenschappen van gietchapes zijn :

  • hun zelfverdichtende karakter :
    • er is geen bijkomende handmatige verdichting nodig, wat een constante kwaliteit over het vloerveld met zich meebrengt en de vloer dus overal de vooropgestelde sterkte bereikt (handmatig verdichten is moeilijker te realiseren op een onderlaag die in zekere mate samendrukbaar is en niveauverschillen kan vertonen zoals pur-isolatieschuim waardoor de dekvloer een te beperkte mechanische sterkte krijgt)
    • hierdoor worden de buizen bij vloerverwarming 100% omhuld wat, samen met de geringere dikte van de vloer, voor een betere warmtegeleiding zorgt (ca. 30 % beter) en dus ook energiebesparend werkt
  • hun zelfnivellerend karakter : hun hoge vloeibaarheid zorgt voor een goede vlakheid
  • de snelheid in plaatsing en droging : er kan 800 tot 1000 m² per dag weber.floor 4350 Fibers geplaatst worden (bij traditionele chape is dit ongeveer 150 m²). Bovendien kan weber.floor 4350 Fibers reeds na 2 dagen betegeld worden (bij een traditionele chape dient 1 cm per week gerespecteerd te worden tot 5 cm en daarna 2 weken per cm)
  • het ergonomische comfort voor de verwerker : gietvloeren worden rechtstaand aangebracht en vragen dus geen zware fysieke arbeid
  • de constant gecontroleerde kwaliteit en hogere prestaties
  • minder bouwafval : weber.floor 4350 Fibers is beschikbaar in silo

Aandachtspunten

Enkele aandachtspunten bij het voorschrijven en toepassen van een gietdekvloer :

Dilatatie- en uitzetvoegen

De constructievoegen (of structurele voegen) van het gebouw dienen steeds doorgetrokken te worden in de volledige vloeropbouw.

Dilatatievoegen (ook wel uitzetvoegen genoemd) in de draagconstructie moeten altijd doorgetrokken worden, zowel in de gietchape als in de vloerbekleding (behalve bij niet-hechtende en zwevende vloeren). Dit vermijdt scheurvorming in de dekvloer of eindafwerkingdoor bewegingen in de draagconstructie.

Uitzetvoegen zijn sneden in de dekvloer die horizontale bewegingen mogelijk maken. Deze kunnen breder en smaller worden waardoor bijvoorbeeld temperatuurschommelingen opgevangen kunnen worden. Anderzijds verzwakken uitzetvoegen de gietdekvloer in het opvangen van verticale belastingen. Daarom is het van belang om een gietchape met een hoge buigtreksterkte voor te schrijven. De hoeveelheid en positie van uitzetvoegen moeten bijgevolg per project worden afgewogen.

Wapening

Wapening dient om scheuren, door krimpspanningen in de gietdekvloer of verticale belastingen, te beperken. Het wordt sterk aangeraden om in niet-hechtende en zwevende gietdekvloeren altijd een wapening te voorzien (TV 189). De keuze en de positie van de wapening hangt af van de gietvloermortel. Voor weber.floor 4350 fibers en weber.floor 4320 biedt Weber het glasvezelwapeningsnet weber.floor 4945 aan, als extra veiligheid.

Randstroken

Tegen alle opgaande constructies en verticale doorvoerleidingen moeten randstroken voorzien worden om de gietdekvloer te ontkoppelen, zowel akoestisch als op het vlak van beweging. De minimaal benodigde dikte van de randstroken kan berekend worden, maar algemeen wordt uitgegaan van een minimale dikte van 8 mm. De stroken moeten over de totale dikte van het te plaatsen vloersysteem, inclusief de vloerafwerking, doorlopen.

Vloerverwarming

Zoals eerder aangehaald, zijn cementgebonden gietvloeren door hun compacte structuur (sterkte) en de goede leidingomhulling (warmtegeleiding) perfect toepasbaar in combinatie met vloerverwarming.

- Positie van de buizen

De buizen van de vloerverwarming kunnen halverwege de gietdekvloer, onder in de dekvloer oftewel boven in de isolatielaag liggen.

Boven de buizen dient steeds een dekking van 2,5 cm gerespecteerd te worden voor het bekomen van een gelijkmatige temperatuurverdeling. In geval van tegels als eindafwerking, mogen deze meegerekend worden als dekking.

Kruisingen van uitzetvoegen met verwarmingsbuizen moeten voorkomen worden om zwakke plekken in de vloer te vermijden. Dat betekent dat de groepen van de vloerverwarming zoveel mogelijk moeten samenvallen met de velden tussen de uitzetvoegen. Als een kruising toch onvermijdelijk is, moet deze gedetailleerd worden met flexibele koppelingen.

- Overige leidingen

Gasleidingen mogen niet in de zwevende dekvloerworden opgenomen en het opnemen van leidingen voor centrale verwarming en tapwater worden sterk afgeraden (TV 189).

- Ingebruikname vloerverwarming

Voordat de vloerverwarming in gebruik kan worden genomen, dient de gietdekvloer volledig uitgehard te zijn. Dit is afhankelijk van de mortelspecificaties. Voor weber.floor 4350 fibers kan dit na 21 dagen. Voor weber.floor 4320 kan dit reeds na 24 uren!

EN 13813

Voor het classificeren van dekvloeren zijn er drie parameters :

  • het type bindmiddel
  • de karakteristieke druksterkte
  • de karakteristieke buigtreksterkte.

Ze worden bepaald volgens de Europese norm EN 13813. De CE-aanduiding van cementgebonden gietvloermortels bestaat bijgevolg uit drie delen, bijvoorbeeld CT-C20-F5, waarbij het eerste deel (CT) aangeeft dat het bindmiddel cement is, het tweede deel (C20) betrekking heeft op de druksterkteklasse (uitgedrukt in N/mm²) en het derde deel (F5) betrekking heeft op de buigtreksterkte (uitgedrukt in N/mm²).

Cementgebonden designvloeren

Cementgebonden (giet)dekvloeren zijn, naast de traditionele vloerbekledingen, geschikt om af te werken met cementgebonden designgietvloeren. weber.floor design is beschikbaar in 6 standaardkleuren en qua uitzicht te vergelijken met een polybetonvloer, kan eveneens in een geringe dikte gegoten worden (gemiddeld 5 mm) en valt perfect te combineren met vloerverwarming. weber.floor design is ook toepasbaar op tegels (zie technische fiche voor meer uitleg).

Vraag het aan Weber

Heeft u een vraag? Weber staat tot uw dienst! U kunt de oplossing misschien vinden via de werfoplossingen of de keuzegidsen, of u kunt ons ook steeds contacteren via het contactformulier of telefonisch