Wij gebruiken cookies om er voor te zorgen dat u onze website optimaal kunt gebruiken. Bezoekt u onze website, dan gaat u akkoord met deze cookies.
Deze website maakt gebruik van cookies. Als u klikt om door te gaan op deze website, dan gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Voor meer informatie

Weber Saint-Gobain - Official website of the company

Het vertrouwen in de bouwsector groeit weer

Na de aanslag in Brussel, die een negatieve invloed heeft gehad op onze economische activiteit, lijkt het groeitempo van de Belgische economie weer te zijn toegenomen. Een aantal factoren, in de eerste plaats de inspanningen van de overheden ter verbetering van de Belgische concurrentiekracht, stemmen economisten gunstig voor een verdere groei in 2016 én een positieve voortzetting in 2017.

De voorspelling

Een beter bedrijfsklimaat zorgt immers voor een afnemend aantal faillissementen en meer jobs. Na de stagnatie van vorig jaar, zullen ook de lonen van de werknemers opnieuw stijgen waardoor de consumptie van de gezinnen toeneemt. Deze loonstijging zal in eerste instantie, samen met een verlaging van de inkomstenbelasting, de negatieve impact van de hogere inflatie op de koopkracht compenseren.

De meeste conjunctuurindicatoren onderbouwen deze voorspelling. Het ondernemers- en consumentenvertrouwen stijgt en stabiliseert in relatieve volgorde en ook het vertrouwen in de bouwsector neemt opnieuw toe. Deze laatste is een belangrijke indicator gezien deze sector in België de derde belangrijkste is, na diensten en detailhandel. Eind 2015 werd de activiteit ervan geschat op 36 miljard euro en vertegenwoordigt ze :

  • meer dan 75.000 ondernemingen, goed voor meer dan 10% van de Belgische ondernemingen ;
  • meer dan 200.000 werknemers en 50.000 zelfstandigen, oftewel meer dan 7% van de totale tewerkstelling.

Ondanks de positieve vooruitzichten, wijzen economisten op het risico dat steeds op de loer ligt : de toenemende inflatie. Indien gematigd kan deze voor nog meer economische activiteit zorgen. Maar, ze kan op termijn en als gevolg van de aanhoudende prijsstijgingen ook leiden tot een daling van onze koopkracht.

Wat doet de bouw?

Door de lage rentes blijft de vraag naar hypothecaire leningen hoog. Van januari tot en met april dit jaar werd voor 10.178 residentiële gebouwen een bouwvergunning uitgereikt. Dit is 41,7% meer in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De bouw van het aantal appartementen ligt hoger dan het aantal eengezinswoningen waardoor het aantal wooneenheden zou stijgen. Deze evolutie, die niet nieuw is, komt voort uit de huidige gezinssamenstelling met veel alleenstaanden en eenoudergezinnen. Bijkomende trend die hiermee gepaard gaat is de daling van de gemiddelde bewoonbare oppervlakte per woning ; waar in 2013 de gemiddelde oppervlakte nog 101 m² bedroeg, stellen we het anno 2016 met 92 m². De stijging van het aantal woningen is het grootst in Brussel, gevolgd door Vlaanderen. In Wallonië is er een omgekeerde tendens.

De renovatie van residentiële gebouwen kent een daling van 6,8% ten opzichte van de eerste vier maanden van 2015. Maar, zoals steeds geven deze cijfers geen globaal beeld van de renovatiemarkt, gezien niet alle renovaties een bouwvergunning vereisen. Bovendien zou slechts een minderheid van de verbouwers hiervoor een lening aangaan, waardoor ook aan de hand van het aantal hypotheekaanvragen moeilijk conclusies te trekken zijn. Gezien 75% van onze 3,7 miljoen gebouwen 35 jaar of ouder zijn, kunnen we echter aannemen dat de renovatiemarkt een belangrijke pijler is van de Belgische economie. Anderzijds is het niet onmogelijk dat, hoewel het gewicht van deze markt zeer groot is, haar hoogtepunt bereikt als gevolg van de toenemende vergrijzing. Logischerwijs neemt de oudere bevolkingsgroep minder initiatief tot het renoveren van hun woning. Wel interessant om te weten is dat het budget dat in een verbouwing geïnvesteerd wordt, groeit.

Er is ook opnieuw een sterkere kredietaanvraag van de bedrijven. Desondanks blijkt uit het jaarlijkse sectoronderzoek van Bouwunie dat algemene - en ruwbouwaannemers geen toename verwachten in de bouw van nieuwe kantoor- of andere gebouwen. Renovatie schatten ze in dit segment wel hoog in.

Wat de overheidsinvesteringen betreft, verwachten ze een stijging van de bouwopdrachten in sociale huisvesting, onderwijs en gezondheid. Hopelijk stroken deze verwachtingen met de werkelijkheid, want civiele techniek wordt dan weer bestraft door de zwakke investeringen. Niet enkel de gevolgen van het gebrek aan investeringen zelf gezien de overheid een erg belangrijke opdrachtgever is voor de bouwsector, maar ook de gevolgen van de gebrekkig wordende infrastructuur in ons land, stuiten op kritiek. In het beste geval vermindert de daling dit jaar.

Na het slechte jaar 2015, geraken ook de orderboekjes van de Vlaamse bouwbedrijven opnieuw beter gevuld, waarmee in lijn ook de werkgelegenheidsvooruitzichten verbeteren. Slechts 12% van de aannemers geeft nog aan te weinig opdrachten te hebben, terwijl vorig jaar 22% van de aannemers klaagden over te weinig werk. De bouwbarometer stijgt in het tweede kwartaal van 2016 met 1,3 indexpunten tot 98,6.

Oneerlijke concurrentie

Blijvend knelpunt in de sector is de oneerlijke concurrentie van buitenlandse bouwbedrijven en werkkrachten, waardoor de markt ontregeld wordt. Hoewel de regels hierin verstrengd zijn, worden ze nog niet altijd gerespecteerd. Met de flitscontroles op de werf, ingevoerd door staatssecretaris voor Fraudebestrijding Bart Tommelein en minister voor KMO Willy Borsus, is de strijd tegen sociale dumping en fraude al aardig aangegaan. Volgens gedelegeerd bestuurder Robert de Mûelenaere van de Confederatie Bouw is het een belangrijke stap in de goede richting, maar echter nog onvoldoende om het verdere banenverlies in de bouw te kunnen tegenhouden. Daarvoor is er dringend nood aan de bijkomende vermindering van sociale lasten die door de regering toegezegd werd om de tewerkstelling in de bouw te kunnen redden. Nu al zijn 20.000 jobs verloren gegaan in een paar jaar tijd. Als er niet ingegrepen wordt, wordt het verlies geschat op een extra 5.000 jobs per jaar.

Innovatie

Uit het hierboven aangehaalde onderzoek van Bouwunie blijkt eveneens dat bouwbedrijven willen inspelen op de evolutie in de bouwsector door het volgen van innovatieve ontwikkelingen in materialen en systemen. De toenemende appartementsbouw bijvoorbeeld, maakt extra aandacht voor akoestiek noodzakelijk, maar ook nieuwe eisen op gebied van energie en duurzaamheid hebben invloed op de keuzes van zowel de architect, de aannemer als de bouwheer. Ook wij als fabrikant zijn hier dagdagelijks mee bezig. Het gaat daarom niet altijd om een nieuw uitgevonden product of materiaal dat het vorige buitenspel zet, maar vaak om een verbetering van de bestaande methode. Denk bijvoorbeeld aan doorstrijkmortel, waarmee metselen en voegen in één beweging gebeurt wat enerzijds een enorme tijdswinst oplevert en anderzijds ook loskomende voegen op termijn uitsluit.