Wij gebruiken cookies om er voor te zorgen dat u onze website optimaal kunt gebruiken. Bezoekt u onze website, dan gaat u akkoord met deze cookies.
Deze website maakt gebruik van cookies. Als u klikt om door te gaan op deze website, dan gaat u akkoord met het gebruik van cookies. Voor meer informatie

Weber Saint-Gobain - Official website of the company

Verwerkingsadviezen speciale constructiemortels

Hieronder kunt u een aantal waardevolle "tips en tricks" vinden voor een betere uitvoering van gevelmetselwerk, vooral toegespitst op de speciale constructiemortels, nl. 

  • lijmmortel : weber.mix MC
  • dunmortel : weber.mix MF
  • doorstrijkmortel : weber.mix MR

A. Algemeen

1. Gevelstenen

a. Bakstenen

Bij het vermetselen van gevelstenen wordt in België meestal gebruik gemaakt van bakstenen. Er bestaan 3 soorten bakstenen :

• Handvormsteen

Een handvormsteen bestaat uit 2 schone strekken, 2 schone koppen en 5 bezande kanten. De steen is onregelmatig van vorm en is zacht tot matig hard. Deze stenen zijn normaal tot zeer zuigend

• Vormbakstenen

Deze steen heeft 2 schone strekken en 2 schone koppen. De vormbaksteen heeft ook 5 bezande kanten, is zacht tot matig hard en normaal tot zeer zuigend. In tegenstelling tot de handvormsteen is hij strak van vorm

• Strengpersstenen

Deze steen heeft 1 schone strek en 2 schone koppen, soms zijn ze (deels) bezand. De stenen zijn strak van vorm en meestal geperforeerd. Dit type steen is hard en weinig tot niet zuigend

Tip : handvorm- en vormbakstenen zijn doorgaans bezand. Om een goede hechting te garanderen, raden we aan om vóór de verwerking het overtollige zand af te borstelen

b. Andere materialen

• Beton- en natuurstenen

Betonstenen en natuursteen zijn zeer strak van vorm, hard en weinig tot niet zuigend. Aan de hand van het zuiggedrag van het te vermetselen materiaal, wordt de iw-waarde (inititiële wateropname) bepaald. Deze waarde staat over het algemeen op de technische fiche van de steen. Op basis van deze waarde kan de aangepaste mortel bepaald worden

 

Tip : steeds de technische fiche van de gekozen stenen raadplegen en vervolgens de juiste mortel bepalen via de keuzegids

2. Bepalen van de lagenmaat

Essentieel bij gevelmetselwerk is het bepalen van de juiste lagenmaat. Bij het bepalen van de lagenmaat bij een traditionele voeg wordt als volgt gehandeld :

Maat van 10 gestapelde stenen

__________________________ + gewenste voegbreedte = lagenmaat

                10

Voor het bepalen van de lagenmaat bij dunne voegen (ongeacht gelijmd of gedunmorteld) wordt als volgt gehandeld :

Maat van 10 getande stenen

________________________ + gewenste voegbreedte = lagenmaat

               10

3. Bepalen van de koppenmaat

Na het bepalen van de lagenmaat, moet ook de koppenmaat als volgt bepaald worden :

Maat van 10 in de lengte geplaatste stenen

____________________________________ + gewenste voegbreedte = koppenmaat

                10

4. Stellen van profielen

Bij de 3 speciale constructietechnieken wordt nooit nagevoegd. Dit betekent dat de gevel onmiddellijk afgewerkt wordt en dat de voeg na het aantrekken verzorgd moet worden en niet de dag nadien. Dan is de mortel verhard waardoor een kwalitatief verzorgde voeg onmogelijk is. Een obstakel bij het afwerken van de voegen op de dag zelf is het traditioneel profiel.

Daarom stellen wij bij deze technieken steeds voor om een dubbel profiel te stellen, een vast en een wegneembaar profiel. Het vast profiel wordt iets verder gezet dan bij het traditioneel zetten van profielen. Aan het vast profiel wordt het wegneembaar profiel bevestigd, waarop de lagenmaat is aangeduid, bv. met een klem. Het wegneembare profiel wordt op het moment van voegafwerking verwijderd

Afdekken van vers metselwerk

Om de kans op kalkuitbloeiingen tot een minimum te beperken, is het aangewezen om vers metselwerk de eerste 48 uur te beschermen tegen weersinvloeden (zie de specifieke technische productfiches van de constructiemortels)

 

B. Specifieke verwerkingstechnieken

1. Verlijmen

Een verlijmde verwerking van gevelstenen heeft technische voordelen tegenover traditioneel metselwerk. Buiten een hogere druksterkte, heeft een lijmmortel een veel grotere hechtsterkte. Daardoor is het mogelijk om grotere overspanningen zonder latei te realiseren. Het grote verschil is echter esthetisch. Door de toepassing van een dunne voeg kiest men meestal voor een “modern” concept. Dit concept zorgt voor een massievere gevel met meer kleurintensiteit van de gevelsteen. Waar bij traditioneel metselwerk de voeg 25-30% van de oppervlakte inneemt, is dit bij verlijmde verwerking slechts 8-10%. De lijm wordt over het algemeen terugliggend aangebracht. Het “ontbreken” van een voeg heeft een gunstige invloed op de veroudering van de gevel

• Voegdikte

Hoe vormvaster de te verwerken steen, hoe dunner de lijmmortel toegepast kan worden. In theorie kan bij het gebruik van lijmmortel een voeg van 3 mm tot 6 mm gerealiseerd worden. In de praktijk wordt over het algemeen een voeg van 5 mm nagestreefd

• Spouwhaken

Bij het verlijmen van gevelstenen steeds gebruik maken van aangepaste roestvrije platte spouwhaken (inox)

• Froggen en perforaties

Het is aangewezen om de frog van de steen (uitholling aan de platte kant) steeds naar onder te verwerken. Strengpersstenen zijn doorgaans geperforeerd. Er bij de verlijming voor zorgen dat de perforaties volledig met lijm bedekt zijn om eventuele vorstschade te voorkomen

• Aanbrengen met pomp of spuitzak

Lijmmortel kan zowel machinaal als met een spuitzak toegepast worden. Het uiteindelijke resultaat is identiek. Wanneer gebruik gemaakt wordt van een traditionele lijmpomp (type M-tec), moet steeds een brede stelling gebruikt worden. Deze pomp wordt steeds meegenomen op de stelling. De laatste jaren evolueert het verwerkingsmateriaal enorm. Er zijn intussen mechanische systemen op de markt waarbij gebruik gemaakt wordt van luchtdruk, of zijn er systemen die op een boormachine aangesloten kunnen worden

• Lateien en gevelmetselwerkdragers

Bij dunne voegen moet rekening gehouden worden met de dikte van lateien en gevelmetselwerkdragers. Over het algemeen zijn deze elementen dikker dan de voeg. Dit is een esthetisch probleem. Dit probleem kan op 2 manieren opgelost worden. Ofwel wordt de latei links en rechts van de opening in het gevelmetselwerk ingewerkt. Hiervoor wordt de laatste rij gevelstenen aan de opening waar de latei moet komen, ingezaagd. Hierin wordt de latei verwerkt. Nadeel is dat de latei of geveldrager vrij zichtbaar blijft. Voordeel is dat het zaagwerk beperkt blijft.

Een tweede manier bestaat er in de rij gevelstenen die op de latei worden verwerkt, in te zagen. De latei is bijna onzichtbaar. Deze manier is echter arbeidsintensiever. Indien de latei volledig onzichtbaar moet worden, kan de gevelsteen steeds aan de latei of geveldrager gekleefd worden. Hiervoor steeds een geschikte 1 component lijm op basis van hybride-polymeer met extreem hoge aanvangshechting type Ottocol HiTack gebruiken (ons raadplegen)

• Verwerken van de eerste laag

Aangezien met een dunne voeg wordt gewerkt, kunnen de verschillen in lintvoegbreedte niet opgevangen of gecompenseerd worden. Dit betekent dat er vanaf de eerste steen perfect horizontaal gewerkt moet worden. In het geval dat er vooraf een plintsteen (bv. natuursteen) gezet wordt, is de basis waterpas. Indien onmiddellijk van de betonplaat gestart wordt, wordt de eerste laag traditioneel verwerkt, waardoor de hoogteverschillen in de betonplaat opgevangen worden. Vanaf de tweede laag kan verlijmd worden

• Voegafwerking

Bij het verlijmen van gevelstenen is het de bedoeling dat de lijm terugliggend aangebracht wordt. Al naargelang de steen betekent dit dat er ofwel met 1 of 2 lijmrupsen gewerkt wordt. Dit kan best op voorhand getest worden bij het optrekken van een proefmuur. Hierbij kan men tevens zien of de kleur van de lijm bij de gevelsteen past. Belangrijk, ongeacht het aantal lijmrupsen, is het leggen van de stenen. Om te voorkomen dat de lijm aan de zichtzijde uit de gevel puilt, wordt de gevelsteen binnenwaarts gekanteld, waardoor het teveel aan lijm aan de spouwzijde wordt geduwd. Indien er toch lijmmortel zichtbaar wordt, deze best voldoende laten verharden om deze naderhand mechanisch te verwijderen. Bij het verwijderen van totaal verharde mortel nooit gebruik maken van een slijpschijf. Dit leidt nl. tot een onuitwisbare witte streep in de voeg

2. Dunmortelen

Het verschil met lijmmortel zit hem voornamelijk in de manier van toepassen. Bij het gebruik van dunmortel bij gevelmetselwerk wordt deze met het truweel aangebracht. Hierdoor kan de aannemer traditioneel metselen en toh een dunne voeg bekomen.

De rest van de principes bij het gebruik van dunmortel blijven hetzelfde als bij het gebruik van lijmmortel

3. Doorstrijkmortel

• Traditionele manier van werken

Bij het gebruik van doorstrijkmortel wordt er vol en zat gemetseld. Dit betekent dat zowel de horizontale (lint-) als de verticale (stoot-) voeg volledig gevuld worden. Wanneer de mortel voldoende aangetrokken is, kan de voeg door middel van een voegroller afgewerkt worden. Voldoende aangetrokken betekent dat de mortel korrelig dient te zijn. Er is voldoende tijd tussen het vermetselen en het doorstrijken. Indien bij het doorstrijken een smetlijn op de platte kant van de gevelsteen te zien is, werd er te snel doorgestreken en dient men nog te wachten met doorstrijken

• Meer mogelijkheden

Bij het gebruik van doorstrijkmortel kan geopteerd worden voor verschillende afwerkingen :

  • doorstrijken met een doorstrijkroller of voegijzer
  • niet doorstrijken, maar na liptrekken
  • ruw borstelen
  • platvol of terugliggend afwerken, of een combinatie van beide
  • metselwerk met baarden
  • ...

• Hoe doorstrijken?

Het is aangeraden om steeds een doorstrijkblokje te gebruiken dat een 2-tal mm kleiner is dan de toegepaste voeg. Hierdoor geraakt de voegroller nooit tussen 2 stenen geklemd. Om te vermijden dat de aanzetten in de lintvoeg te zien zijn, is het belangrijk eerst de stootvoeg door te strijken

• Uitvoeren van herstellingen

Na het verwijderen van de stelling dienen de verankeringsgaten in de gevel hersteld te worden. Om dit te doen met doorstrijkmortel, de doorstrijkmortel aanmaken en deze voldoende laten aantrekken, bv. door hem op de platte kant van een steen te leggen. Hierdoor kan de steen het water uit de doorstrijkmortel opnemen. Wanneer de doorstrijkmortel voldoende korrelig is, kunnen de herstellingen uitgevoerd worden. Gebruik nooit te natte of aardvochtige doorstrijkmortel

Raadpleeg de technische productfiches van de betrokken producten