1 - Hardheid
Hoe de hardheid van de ondergrond controleren ?
De ondergrond dient hard en resistent te zijn om scheurvorming en loskomen van de bekledingen te vermijden
De krastest evalueert de objectieve beoordeling van de oppervlaktehardheid :
Met een scherpe staalnagel, krast men meerdere evenwijdige lijnen met een
tussen afstand van 6 mm naast elkaar
Aansluitend herhaalt men deze handeling in een hoek van 40 tot 60 graden over de vorige krassen zodat er een rasterwerk ontstaat
Bij een goede oppervlakthardheid moeten de kruispunten van het rasterwerk zuiver en zonder afbrokkeling zijn
Tevens de hardheid van de bestaande dekvloeren (magere, verbrande dekvloer, ...) op de totale dikte onderzoeken. De dekvloer dient cohesief te zijn
Indien de ondergrond niet hard genoeg is, deze verwijderen om op een toegelaten onderlaag uit te komen
2 - Hechting
Hoe de goede hechting van de goede hechting van de bestaande bekleding controleren ?
Bestaande bekledingen dienen volledig te hechten om loskomen te voorkomen
Verlijmde of in de mortel gelegde bekledingen
De hechting van de bestaande tegels met een hamer onderzoeken
Alle holklinkende delen verwijderen of (bij tegels) herkleven
Verf
Om de hechting van een verf te testen, een kruisproef uitvoeren door in de verf te kerven met een mes of cutter. Vakjes van 2 x 2 mm kerven op een totale oppervlakte van 10 x 10 cm
VERF (vervolg)
De verf wordt als hechtend beschouwd indien 80% van de vierkantjes blijven hechten. Zoniet, de verf schuren of decaperen
3 - Stabiliteit
Hoe de stabiliteit van de ondergrond ?
De ondergrond dient stabiel te zijn om scheuren in de vloermortel, die een zwelling of het loskomen van de dunne bekleding met zich meebrengen, te voorkomen
Het gaat hier vooral om houten plankenvloeren of houten platen, geplaatst op vloerbalken
De vloerplanken mogen niet bewegen wanneer erop gelopen wordt
Bij gebrek aan stabiliteit, de vloerplanken vastvijzen en indien nodig waterbestendige houten platen aanbrengen.
De draagstructuur eventueel verstevigen. Nakijken of er aan de zijde van of onder de plankenvloer verluchting mogelijk is om schade aan het hout te voorkomen
4 - Porositeit
Hoe de aard porositeit van cementgebonden ondergronden controleren ?
De cementgebonden ondergrond dient normaal poreus te zijn om luchtbelvorming in de vloermortel en een te snelle uitdroging te vermijden
De ondergrond ontstoffen. Met een weinig water de ondergrond bevochtigen
Indien het water binnen de minuut geabsorbeerd wordt, beschouwd men de ondergrond als te poreus.
Behandelen met de porositeitsregelende hechtprimer weber.floor 4716
5 - Zuiverheid
Hoe de ondergrond reinigen en voorbereiden ?
De ondergrond dient zuiver te zijn om een goede hechting van de vloermortel toe te laten
Gipssporen
Gipssporen verwijderen met een plamuurmes. Zorgvuldig ontstoffen en nadien de grondlaag weber.floor 4716 op tegels, hout, verf, harde vinylplaten of op een te poreuze cementondergrond en polybeton aanbrengen
Lijmresten
Lijmresten verwijderen zodat ze geen dun laagje meer vormen maar enkel
een verkleuring van het oppervlak geven. Met zorg ontstoffen. Op lijmresten (acryl, neopreen of epoxy) weber.floor 4712 aanbrengen
Vernis, boenwas, verf
Vernis of boenwas verwijderen. Verf reinigen. Zorgvuldig ontstoffen en de
grondlaag weber.floor 4716 of weber.floor 4712 aanbrengen
6 - Vochtigheid
Hoe het restvochtgehalte van de ondergrond controleren ?
Het aanbrengen van de gietvloermortels is afhankelijk van het restvochtgehalte van de ondergrond
Om het restvochtgehalte van de ondergrond te weten, maken wij gebruik
van het CM-toestel. Het gebruik van het CM-toestel moet uitgevoerd worden
volgens de handleiding van het toestel. Er moeten minstens 3 CM-metingen
gebeuren om een representatieve waarde te bekomen







