weber.floor4365 

Print deze pagina Klik hier om deze pagina aan te raden aan een vriend !

Uitvoeren van niet-hechtende of zwevende dekvloeren op nieuwe en oude binnenvloeren, vóór het plaatsen van een bekleding, in lokalen met matig of intens verkeer :

  • Voor het aanbrengen van niet-hechtende of zwevende dekvloeren (20 tot 50 mm)
  • Snel bekleedbaar
  • Vezelversterkt ; geschikt voor moeilijke ondergronden
  • Caseïnevrij , emissiearm (EC1)
  • Zelfnivellerend en verpompbaar


Gebruik

Toepassingen

  • voor het uitvoeren van niet-hechtende of zwevende dekvloeren, binnen, in lokalen met matig of intens verkeer

Toegelaten ondergronden

Nieuwe of oude binnenvloeren

cementdekvloer, met of zonder vloerverwarming (warm water of elektrisch)

betonplaat, elementen in prefab beton

isolatieplaten (voor zwevende dekvloeren)

weber.floor 4365 kan aangewend worden voor het inwerken van vloerverwarmingssystemen

Aan te brengen diktes

  • als niet-hechtende dekvloer : 20 tot 50 mm in één enkele laag
  • als zwevende dekvloer : 25 tot 50 mm in één enkele laag

Toegelaten vloerbekledingen 

  • tegels, verlijmd of zwevend parket
  • egalisatiemortel, vast tapijt, PVC, linoleum, kurk
  • weber.floor 4365 mag niet onbekleed blijven

Verenigbare lijmen

  • weber.floor 4365 is verenigbaar met de lijmen van de hierboven
    vermelde vloerbekledingen
  • flexibele of hoogperformante kleefmortel (C2 of C2S) type weber.col plus, weber.col plus L of weber.col plus 3D voor het plaatsen van tegels
  • steeds de door de fabrikant van de vloerbekleding en/of hechtmiddelen opgegeven richtlijnen betreffende restvochtwaarden volgen

Gebruikslimieten

  • weber.floor 4365 niet gebruiken op :
    • vloeren die voortdurend nat zijn of onderhevig aan opstijgend vocht
    • brokkelige of niet-stabiele ondergronden
    • industriële vloeren
    • buitenvloeren
  • weber.floor 4365 heeft geen constructieve functie

Gebruiksvoorzorgen

  • de reglementaire etikettering op de verpakking naleven

Verwerkingseigenschappen

  • verwerkingstijd : 15 - 20 minuten
  • vloeimaat : 190 - 220 mm met vloeiring, Ø 68 mm, h= 35 mm, inh 127 cm³
  • wachttijd vóór voetgangersverkeer :
    • op folie : 3 tot 4 uur
    • op islolatieplaat : 8 uur
  • droogtijd vóór het aanbrengen van een bekleding :
    • tegels : 24 uur
    • egalisatiemortel, vast tapijt, PVC, linoleum, kurk : 3 dagen
    • parket en laminaat : na 7 dagen
      deze tijden bij +20°C verkorten bij hogere en verlengen bij lagere temperaturen en zijn ook afhankelijk
      van de laagdikte
  • indien de bekleding uitgesteld wordt, weber.floor 4365 nabehandelen
    met weber.floor 4712

Identificatie

  • samenstelling : cement, herdisperseerbaar hars, kwartszanden, specifieke toeslagstoffen, kunststofvezels

Prestaties

  • geklasseerd volgens EN 13813 : CT-C25F7
  • hechting : > 1 N/mm²
  • buigtreksterkte : > 7 N/mm²
  • druksterkte : > 25 N/mm²
  • krimp : < 0,02 %
    deze waarden zijn de resultaten van genormaliseerde laboratoriumproeven. Ze kunnen gevoelig gewijzigd worden door de uitvoeringsomstandigheden op de werf
  • reactie op brand : A1

Referentiedocumenten

  • getest volgens de Europese normen (EN)

Aanbevelingen

  • de uitzet- of verdelingsvoegen in de dekvloer of betonplaten respecteren. Aan de laagdikte van de mortel aangepaste plastic profielen gebruiken
  • verdelingsvoegen bij oppervlakken groter dan 40 m² (met een max. lengte van 6 m) voorzien
  • de hoeveelheid aanmaakwater respecteren, zodat de technische en
    esthetische karakteristieken van de mortel niet beïnvloed worden
  • afhankelijk van laagdikte en pompcapaciteit, de vloervelden, breder dan
    6 tot 8 meter, in vakken verdelen
  • indien weber.floor 4365 als een losliggend of zwevend vloersysteem
    wordt toegepast, uitzettingsvoegen voorzien bij geometrisch ongunstige
    oppervlakteverhoudingen en bij het toepassen van vloerverwarmingssystemen. Bij losliggende of zwevende toepassingen
    weber.floor 4365 binnen één maand na verwerking met een
    vloerbekleding afwerken
  • bij zwevende dekvloeren mag de totale indrukkingsweerstand van de
    isolatieplaat niet meer dan 3 mm bedragen
  • weber.floor 4365 kan ook aangebracht worden met een mengpomp;
    de richtlijnen van de fabrikant naleven
  • de Technische Voorlichtingen (TV) 189 en 193 van het WTCB raadplegen

Voorbereiden van de ondergronden

  • de ondergronden dienen zuiver, droog, stevig (> 1N/mm²) en proper te zijn
  • zorgvuldig ontstoffen (door stofzuigen of borstelen)
  • gaten of belangrijke oneffenheden met weber.floor 4040 opvullen
  • maatregelen moeten worden genomen om het insijpelen van weber.gloor 4365 te beletten bij vloerkanalen, in de voegen tussen de  isolatiepanelen en bij de naden van de ontkoppelingsfilm
  • een randontkoppeling (kantstrook min. 10 mm dik) langs muren, rond kolommen en andere vaste elementen voorzien

niet-hechtende dekvloer

  • een waterdichte folie (bvb. polyethyleenfolie 0,2 mm dik, ...) rimpelvrij en volkomen vlak aanbrengen, in kuipvorm (opgetrokken tot boven het uiteindelijke niveau van de dekvloer). Zorgen voor een overlapping van ten minste 10 cm en de naden waterdicht kleven
  • steeds het wapeningsnet weber.floor 4945 plaatsen

zwevende dekvloeren

  • vloerisolatieplaten (bvb. polystyreenplaten) boord aan boord op de draagvloer plaatsen. Op de isolatieplaten een waterdichte folie van 0,2 mm dikte plaatsen (rimpelvrij en volkomen vlak), in kuipvorm (opgetrokken tot boven het uiteindelijke niveau van de dekvloer). De waterdichte folie minstens met 10 cm laten overlappen en de naden waterdicht kleven
  • steeds het wapeningsnet weber.floor 4945 plaatsen

Toepassingsvoorwaarden

  • gebruikstemperatuur : van +10°C tot +25°C (lucht en ondergrond)
  • deze temperaturen tot 1 week na het aanbrengen van de mortel respecteren
  • niet aanbrengen op vloerverwarming in werking (de verwarming 48 uren voordien uitschakelen en terug inschakelen volgens de opstartprocedure)
  • ramen en openingen zijn tijdens de verwerking sluiten om tocht en een te snelle uitharding van de gietvloer te voorkomen
  • op het ogenblik van het aanbrengen van de mortel dient de ondergrond droog te zijn
  • de aangebrachte mortel tegen tocht, directe en felle zonnestralen beschermen

Aanbrengen

Handmatige verwerking

  • gedurende tenminste 1 minuut, tot het bekomen van een vloeibare en homogene mortel, aanmaken met een traagdraaiende elektrische menger (500 tpm) met 4 tot 4,5 l zuiver water per zak van 25 kg
  • 2 minuten laten rusten
  • de aangemaakte mortel op de ondergrond uitgieten en met een inox metalen spaan uitvlakken
  • in geval er een 2de laag moet aangebracht worden, deze aanbrengen zodra de 1ste hard is. Bij wachttijden langer dan 24 uren tussen de 2 lagen, eerst een laag van de hechtprimer weber.floor 4716 aanbrengen op de 1ste laag

Machinale verwerking

  • machinaal aanbrengen in een laagdikte van 20 tot 50 mm met een mengpomp type M-tec Duomix 2000. Regelmatig de waterdosering (16 tot 18 %) controleren door het nemen van een vloeimaat
  • de aangebrachte mortel met een getande inox spaan uitvlakken

éénmaal de gewenste hoogte bereikt, om een nog vlakkere afwerking te bekomen, de luchtbellen al vorderend verwijderen met een vlakke spaan. Bij verwerking in laagdikten vanaf 20 mm een drijfrij gebruiken


Meer informatie

Verkoopeenheid

  • zak van 25 kg (volledige pallet onder krimpfolie van 42 zakken, hetzij 1050 kg)

Palletformaat

80 x 120 cm


Verbruik

  • ongeveer 1,7 kg/m² per mm dikte

Kleur

  • grijs

Gereedschap

verwerking : getande inox spaan, drijfrij, traagdraaiende elektrische menger, TINU (DUOMIX 2000) mengpomp


Toebehoren

  • wapeningsnet weber.floor 4945

Bewaring

6 maanden vanaf fabricatiedatum, in originele gesloten verpakking, te beschermen tegen vocht


Documentatie