Dekvloeren worden in verschillende types onderverdeelt :
Hechtende dekvloer

Dekvloer die door zijn samenstelling en uitvoering aan de draagvloer hecht. De ondergrond dient absoluut vast, stevig, vet- en scheurvrij, droog en zuiver te zijn. De minimale dikte van een hechtende dekvloer bedraagt 30 mm
Niet-hechtende dekvloer

Dekvloer die van de draagvloer gescheiden is door middel van een scheidingslaag (visqueen 0,2 mm dikte). Bij een niet-hechtende dekvloer dient men steeds een randontkoppeling (kantstroken) van min. 10 mm dikte langs de muren, rond de kolommen en andere vaste elementen te voorzien. De nominale dikte van een niet-hechtende dekvloer bedraagt 50 mm. Dit type dekvloer wordt gewapend met een draadnet
Zwevende dekvloer

Dekvloer gestort op een min of meer samendrukbare isolatielaag (akoestisch en/of thermisch) waardoor hij bepaalde bewegingen kan ondergaan. Bij een niet-hechtende dekvloer dient men steeds een randontkoppeling (kantstroken) van min. 10 mm dikte te voorzien. De nominale dikte van een zwevende dekvloer bedraagt 50 mm. Dit type dekvloer wordt gewapend met een draadnet
Dekvloer in combinatie met vloerverwarming

Dekvloer, ofwel aangebracht op een isolatie, met eventuele tussenplaatsing van een scheidingslaag en inwerking van vloerverwarmingselementen, ofwel gestort op onderliggende verwarmingselementen, die zelf op of in de isolatie rusten
De nominale dikte van de dekvloer bedraagt :
- 55 mm bij elektrische vloerverwarming
- 75 mm bij vloerverwarming met warm water (nat systeem)
Dit type dekvloer wordt gewapend met een draadnet, dat boven de verwarmingselementen wordt geplaatst







