Hoe keramische- of natuursteentegels plaatsen op een oneffen ondergrond ?

Print deze pagina Klik hier om deze pagina aan te raden aan een vriend !

Om op vloeren esthetische fouten en schade aan het tegelwerk te voorkomen, dient de ondergrond vlak te zijn. Een oneffen ondergrond kan meerdere problemen veroorzaken, zoals :


Probleem

PROBLEEM

1. De moeilijkheid om een goede vlakheid van de afgewerkte bekleding te verkrijgen
Bij het aanbrengen van de kleefmortel met een getande spaan, vastgehouden in eenzelfde hellingshoek, wordt de mortel op een uniforme dikte op de ondergrond verdeeld.
Als de ondergrond echter niet vlak genoeg is, is het moeilijk een afgewerkte vloer te verkrijgen die zich binnen de vlakheidtoleranties bevindt (2 mm onder de lat van 2 m)

2. Het opvullen van gaten en het plaatselijk herstellen van oneffenheden in de ondergrond vraagt extra tijd vóór het aanbrengen van de bekleding
Een klassieke kleefmortel kan in het algemeen aangebracht worden in een variërende dikte van 2 tot maximum 10 mm. Plaatselijke oneffenheden tot maximum 10 mm kunnen uitgevlakt worden met dit type kleefmortel.
Plaatselijke gaten en oneffenheden van meer dan 10 mm vereisen daarentegen een opvulling of uitvlakking met een geschikte mortel vóór het verlijmen van de bekleding

3. De heterogeniteit van oude ondergronden
In bepaalde gevallen, bvb. bij het plaatsen van tegels op een bestaande betegeling, is het soms mogelijk dat, na onderzoek van de ondergrond, bestaande niet-hechtende tegels verwijderd dienen te worden, met als gevolg dat de aldus ontstane oneffenheden van de ondergrond op hun beurt een geschikte behandeling vereisen

4. Sommige natuursteentegels zijn niet gecalibreerd
Sommige natuursteentegels hebben een verschillende dikte. Het dikteverschil kan in de tegel zelf of tussen de tegels onderling optreden. Deze tegels dienen verlijmd te worden met een kleefmortel die in een grote, variabele zetdikte kan aangebracht worden, ten einde een goede overdracht te verkrijgen tussen de ondergrond en de bekleding

Er zijn meerdere oplossingen mogelijk, afhankelijk van de aard van de ondergrond en de te plaatsen bekleding

Toepassingsadvies

OPLOSSING 1

Het gebruik van een egalisatie- of nivelleringsmortel ter voorbereiding van de ondergrond, vooraleer de bekleding te plaatsen

Een egalisatie- of nivelleringsmortel laat een voorbereiding van de te bekleden ondergrond en een uitvlakking van oneffenheden over de ganse oppervlakte toe :

  • De voor te bereiden ondergrond dient droog, zuiver, stevig, stabiel en cohesief te zijn. Door krabben alle sporen van verf, gips, vet, oliën, cementmelk of lijm verwijderen. Bestaande bekledingen dienen voldoende te hechten om het later loskomen van het geheel te voorkomen. Alle holklinkende of zwak hechtende delen verwijderen
  • Zorgvuldig ontstoffen (door stofzuigen)
  • Op sterk poreuze ondergronden (een druppel water wordt in minder dan 1 minuut opgenomen) of op zeer gladde ondergronden (polybeton zonder curing) eerst, met de rol of de borstel, een grondlaag weber.prim tac aanbrengen
  • Op oude hechtende en stevige ondergronden zoals tegels, na reiniging, met de rol of de borstel een grondlaag weber.prim bond aanbrengen. weber.prim bond blijft licht kleverig
  • Een geschikte egalisatie- of nivelleringsmortel aanbrengen (de keuzegids van de producten voor het voorbereiden van vloeren en de technische productfiches raadplegen)
  • Ervoor zorgen dat de bewegingsvoegen van de constructie in de vloermortel evenals in de bekleding overgenomen worden
  • De tegels met een geschikte kleefmortel plaatsen (de keuzegids van de tegellijmen op en de technische productfiches raadplegen)
  • Nadien met een geschikte voegmortel (de keuzegids van de voegen en de technische productfiches raadplegen), na het in acht nemen van de wachttijd, opvoegen
  • Om een sterke en resistente voeg te bekomen, dient de diepte van de voeg minstens de breedte van de voeg te bedragen
  • De randvoegen, de verdelingsvoegen en de uitzetvoegen met een siliconenvoeg type Ottoseal S100 (of Ottoseal S70 voor natuursteen) opkitten

OPLOSSING 2

Het gebruik van een dikbed kleefmortel

Door zijn samenstelling en zetdikte laat een dikbed kleefmortel toe om, in één beweging, keramische tegels (zelfs gerectifieerde) en natuursteen (al dan niet gecalibreerd) te plaatsen en/of oneffenheden van de ondergrond uit te vlakken

  • Het voor te betegelen oppervlak dient droog, zuiver, stevig, stabiel en cohesief te zijn. Door krabben alle sporen van verf, gips, vet, oliën, cementmelk of lijm verwijderen
  • Bestaande bekledingen dienen voldoende te hechten om het later loskomen van het geheel van het betegelde oppervlak te voorkomen. Alle holklinkende of zwak hechtende delen verwijderen
  • Zorgvuldig ontstoffen (door stofzuigen)
  • Op sterk poreuze ondergronden (een druppel water wordt in minder dan 1 minuut opgenomen) of op zeer gladde ondergronden (polybeton zonder curing) eerst, met de rol of de borstel, een grondlaag weber.prim tac aanbrengen 
  • Op oude, hechtende en stevige ondergronden zoals tegels, na reiniging, met de rol of de borstel een grondlaag weber.prim bond aanbrengen. weber.prim bond blijft licht kleverig
  • weber.col gres TB al vorderend aanbrengen en nivelleren om een mortelbed variërend van 5 tot 35 mm te verkrijgen, afhankelijk van de aard van de ondergrond en de bekleding. De technische productfiche van weber.col gres TB raadplegen
  • Nadien met de geschikte voegmortel (de keuzegids van de voegen en de technische productfiches raadplegen), na het in acht nemen van minimum 48 u na het verlijmen van de tegels, opvoegen
  • Om een sterke en resistente voeg te bekomen, dient de diepte van de voeg minstens de breedte van de voeg te bedragen
  • De randvoegen, de verdelingsvoegen en de uitzetvoegen met een siliconenvoeg type Ottoseal S100 (of Ottoseal S70 voor natuursteen) opkitten

OPLOSSING 3

Het gebruik van een herstellingsmortel voor het voorbereiden van de ondergrond, vooraleer de bekleding te plaatsen

Het gebruik van een herstellingsmortel kan nodig zijn voor het opvullen van grote plaatselijke gaten (tot 100 mm) in een overigens vlakke ondergrond, vooraleer een bekleding te plaatsen.

In dat geval kan het gebruik van de herstellingsmortels weber.rep beton of weber.floor 4040 nodig zijn :

  • De ondergronden dienen hard, zuiver, cohesief en ruw te zijn. Holklinkende en slecht hechtende delen met de beitel zo verwijderen dat scherpe randen op de zijkanten van de te herstellen oppervlakken bekomen worden
  • De ondergrond ontstoffen (door stofzuigen) en zorgvuldig reinigen
  • De ondergrond overvloedig bevochtigen en laten uitdruipen. Bij gebruik van weber.floor 4040, de grondlaag weber.prim tac of weber.prim bond, afhankelijk van de aard van de ondergrond, aanbrengen. Laten drogen 
  • De gaten met de herstellingsmortel weber.rep beton of weber.floor 4040 opvullen (de technische productfiche raadplegen)
  • De wachttijd vóór het bekleden respecteren
  • De tegels met een geschikte kleefmortel plaatsen (de keuzegids van de tegellijmen en de technische productfiches raadplegen)
  • Nadien met een geschikte voegmortel (de keuzegids van de voegen en de technische productfiches raadplegen), na het in acht nemen van de wachttijd, opvoegen
  • Om een sterke en resistente voeg te bekomen dient de diepte van de voeg minstens de breedte te bedragen
  • De randvoegen, de verdelingsvoegen en de uitzetvoegen met een siliconenvoeg type Ottoseal S100 (of Ottoseal S70 voor natuursteen) opkitten

Aanbevelingen

  • de “diagnose van de ondergrond” en de technische productfiches van de gebruikte producten raadplegen

WEBER OPLOSSINGEN