weber.therm030 strong 

Print deze pagina Klik hier om deze pagina aan te raden aan een vriend !

Thermisch gevelisolatiesysteem op basis van Wallmate EXL XPS-isolatieplaten :

  • Dun systeem met een hogere isolatiewaarde (λ = 0,030 W/m.K)
  • Bijzonder geschikt voor het afwerken met tegels of steenstrips
  • Voldoet aan de eisen van de energieprestatieregelgeving (premies)
  • Kans op koudebruggen uitgeschakeld
  • Geschikt voor nieuwbouw en renovatie


Gebruik

Toepassingsdomeinen

  • thermisch gevelisolatiesysteem, opgebouwd uit verlijmde én
    mechanisch bevestigde platen van geëxtrudeerd polystyreen platen
    (XPS), afgewerkt met een sierpleister op basis van siliconen, tegels
    of steenstrips

Toegelaten ondergronden
buiten

  • beton of betonblokken (weber.therm 370 als lijmmortel gebruiken)
  • oud of nieuw bakstenen metselwerk, uitgevlakt met een basispleister
    type weber.dress, ons raadplegen
  • geverfde ondergrond
  • voor andere ondergronden, ons raadplegen

Verenigbare bekledingen

  • sierpleister op siliconenbasis : weber.pas 481
  • tegels gekleefd met weber.col plus L of weber.col plus F2 (zie de gids weber of www.weber-belgium.be)
  • steenstrips gekleefd, ons raadplegen

Gebruikslimieten

  • weber.therm 030 strong niet gebruiken op :
    • houten ondergronden
    • niet-vlakke of niet-uitgevlakte ondergronden
    • andere niet vermelde ondergronden
    • gevels hoger dan 22 m
  • weber.therm 304 niet gebruiken indien afgewerkt met tegels of
    steenstrips

Referentiedocumenten


Prestaties

1. LIJM- EN WAPENINGSMORTEL

  • weber.therm 301 is een minerale lijm- en wapeningsmortel, om af te werken met een sierpleister op siliconenbasis, tegels of steenstrips
    • druksterkte van de uitgeharde mortel : > 10 N/mm²
    • waterdampdoorlaatbaarheid μ : < 20
  • weber.therm 304 is een minerale lichtgewicht lijm- en
    wapeningsmortel, enkel om af te werken met een sierpleister op
    siliconenbasis
    • druksterkte van de uitgeharde mortel : > 4 N/mm²
    • waterdampdoorlaatbaarheid μ : < 15
      deze waarden zijn resultaten van genormaliseerde laboratoriumproeven. Zij kunnen gevoelig gewijzigd worden door de uitvoeringsomstandigheden op de werf
  • weber.therm 370 is een minerale lijmmortel voor gebruik op
    betonnen ondergronden

2. ISOLATIE

  • weber.therm Wallmate EXL is een geëxtrudeerde polystyreen
    isolatieplaat met een homogene en gesloten celstructuur, voorzien
    van een vlamvertragend middel
    • warmtegeleidingscoëfficiënt λ : 0,030 W/m.K
    • reactie bij brand : E (Euroklasse)
    • diktes : 50, 60, 80 en 100 mm
    • waterdampdoorlaatbaarheid (diffusieweerstand) μ : 20/50
    • afmetingen : 1250 x 600 mm (rechte kanten)
  • warmteweerstand van de isolatie (R-waarden (d/λ)*)

dikte isolatieplaat (mm)

R-waarden (m².K/W)

50

1,70

60

2,00

80

2,65

100

3,30

* mathematisch afgerond

  • warmtedoorgangscoëfficiënt van de isolatie : U-waarden*

dikte isolatieplaat (mm)

U-waarden (W/m².K)

50

0,59

60

0,50

80

0,38

100

0,30

 * mathematisch afgerond


3. WAPENINGSWEEFSEL

  • het wapeningsweefsel weber.therm 310 of weber.therm 311 is een alkalibestendig en schuifvast geïmpregneerd glasvezelnet
    • afmetingen : rol van 55 m²
    • breedte van de rol : 110 cm
    • mazennet : 4 x 4 mm (wapeningsweefsel met fijne mazen) of 8 x 8 mm (wapeningsweefsel met grote mazen)

4. ANKERS
schroefanker

  • het schroefanker weber.therm STR U, met Europese Technische
    Goedkeuring, heeft een brede geperforeerde schotel van 60 mm.
    De boorgatdiameter bedraagt 8 mm. De schroefplug kan op
    alle toegelaten ondergronden worden gebruikt als mechanische
    bevestiging van de XPS isolatieplaten
  • bij XPS isolatieplaten kunnen de schroefankers enkel aan het
    oppervlak gemonteerd worden. Daarbij dienen de dopjes
    weber.therm STR U Stopfen gebruikt te worden om koudebruggen
    te voorkomen
  • afmetingen weber.therm STR U : 60, 80, 100, 120, 140, 160 en 180 mm

slaganker

  • het anker type weber.therm NT U, met Europese Technische
    Goedkeuring, heeft een brede geperforeerde schotel van 60 mm en een stalen slagpen. De boorgatdiameter bedraagt 8 mm. De slagplug wordt op alle toegelaten ondergronden gebruikt als mechanische bevestiging van XPS isolatieplaten
  • afmetingen weber.therm NT U : 40, 60, 80, 100, 120, 140, 160 en 180 mm

5. VOORSTRIJKLAAG

  • weber.prim 403 is geschikt als hechtbrug en porositeitsregelaar vóór
    het afwerken met weber.pas 481

6. AFWERKING

  • weber.pas 481 is een sierpleister op basis van siliconen voor het afwerken van het weber.therm 030 strong isolatiesysteem
    • korreldiameter 1, 5 of 2 mm
    • verkrijgbaar in 180 kleuren
    • waterdampdiffusieweerstand μ : ca. 150
    • wateropnamecoëfficiënt w : 0,12 kg/m².√h
      deze waarden zijn resultaten van genormaliseerde laboratoriumproeven. Zij kunnen gevoelig gewijzigd worden door de uitvoeringsomstandigheden op de werf
  • andere mogelijke afwerkingen zijn :
    • tegels
    • steenstrips

Aanbeveling

  • door de specifieke techniek en het materiaal, nodig voor de
    toepassing van dit product, wordt aangeraden dit product enkel door
    professionele gebruikers te laten toepassen

Voorbereiden van de ondergronden

  • de ondergrond dient droog, vlak, draagkrachtig te zijn en vrij van
    losse delen, stof, vet en algen
  • alle aan de gevel bevestigde voorwerpen verwijderen
  • poreuze ondergronden voorstrijken met priemer weber.prim 405
  • oneffenheden met een basispleister type weber.dress uitvlakken
    (ons raadplegen)
  • de stellingen van een afdekzeil voorzien om het systeem te
    beschermen tegen droge wind, regen en volle zon

Toepassingsvoorwaarden

  • gebruikstemperatuur (lucht en ondergrond) : van +5°C tot +30°C
  • niet aanbrengen op bevroren of ontdooiende ondergronden, of bij vorstrisico binnen de 48 uren
  • niet aanbrengen in volle zon, bij regen of risico op regen en bij droge wind

Aanbrengen

1. SOKKELAANSLUITINGEN

  • de sokkelprofielen aan de isolatiedikte aanpassen
  • de sokkelprofielen met ankers weber.therm 342 waterpas aan de
    ondergrond bevestigen, eventueel met opvulstukken weber.therm Ausgleichs-und Distanzstücke opvullen
  • bij hoeken en rechte aansluitingen tussen de sokkelprofielen, 4 mm ruimte voorzien om thermische uitzettingen op te vangen. Hiervoor verbindingsstukken weber Sockelprofil-Verbinder gebruiken. In- en uitwendige hoeken in verstek (45°) afzagen en met een speling van 4 mm aanbrengen

2. KLEVEN VAN DE ISOLATIE (XPS)
plaatsing van de isolatieplaten

  • de lijm- en wapeningsmortel weber.therm 301 of weber.therm 304  (alleen indien afgewerkt met sierpleister op siliconenbasis) mengen tot het bekomen van een homogeen mengsel. Niet meer product aanmaken dat niet binnen de 2 uren verwerkt kan worden
  • de isolatieplaten (XPS) altijd in verband (tenminste 15 cm verspringend) op de ondergrond aanbrengen en ter hoogte van de hoeken laten afwisselen
  • bij ondergronden met oneffenheden van minder dan 10 mm/2 m  weber.therm 301 of weber.therm 304 (alleen indien afgewerkt met sierpleister op siliconenbasis) volgens de volvlak verlijming  (kambedmethode) aanbrengen. De lijmmortel over de gehele achterzijde van de isolatieplaat door middel van een 20 mm getande spaan aanbrengen. Rechte lijmstrepen over de gehele lengterichting van de plaat voorzien. De plaat onmiddellijk tegen de ondergrond aandrukken. Steeds een overdracht van minstens 50% voorzien
  • bij ondergronden met oneffenheden van meer dan 10 mm/2 m (met een maximum van 20 mm) weber.therm 301 of weber.therm 304 (alleen indien afgewerkt met sierpleister op siliconenbasis) volgens de strokenmethode aanbrengen. De lijmmortel in een gesloten baan aan de randen en tweemaal over de breedte van de isolatieplaat aanbrengen. De plaat onmiddellijk tegen de ondergrond aandrukken en laten drogen.
    Steeds een overdracht van minstens 50% voorzien
  • een alternatief voor de strokenmethode is de puntrand verlijming (noppenmethode). Hierbij dient men de lijmmortel in een gesloten baan aan de randen van de isolatieplaat aan te brengen en in een aantal kleefpunten (noppen) te verdelen over het plaatoppervlak. Direct nadat de isolatieplaten van lijmmortel voorzien zijn, aanbrengen op de gevel. Steeds een overdracht van minstens 50% voorzien
  • de plaatnaden dienen volledig vrij te zijn van lijmmortel. Om goed gesloten voegen te bekomen en geen mortel tussen de voegen te hebben, de isolatieplaten op 3 cm afstand van de al gelijmde platen op de muur aanbrengen en deze daarna door een schuivende beweging strak aansluiten
  • de plaat goed aankloppen om een vlakke aansluiting en verlijming te bekomen. De lijmmortel, die door het verschuiven van de plaat op de
    muur komt, verwijderen alvorens de volgende plaat te plaatsen
  • bij hoekaansluitingen de lijmspecie van de rand vrijhouden (3 cm + plaatdikte)
  • hoeken rond de gevelopeningen uit één plaat zagen. Er mogen zich geen horizontale, vertikale of diagonale plaatnaden rond de hoeken van gevelopeningen bevinden
  • eventuele openingen van meer dan 2 mm met PUR-schuim of een isolatiemateriaal van dezelfde aard opvullen
  • de isolatieplaten op de hoeken en voegen volledig vlak schuren. Het
    geïsolerende oppervlak dient volledig vlak te zijn
  • op betonnen ondergronden, weber.therm 370 als kleefmortel en weber.therm 301 of weber.therm 304 (alleen indien afgewerkt met sierpleister op siliconenbasis) als wapeningsmortel gebruiken

aansluitingen

  • gevelopeningen aan ramen en deuren, voor de start van de werkzaamheden, met behulp van de voegendichtband weber Fugendichtband 2D waterdicht maken
  • waterslagen voor aanvang van de isolatiewerken monteren. Een oversteek van 30 mm voorzien, gerekend vanaf de voorzijde van het systeem, om aflopend water en vervuiling van het pleisterwerk te voorkomen
  • aansluitingen met niet te isoleren bouwdelen waterdicht uitvoeren met behulp van een afplakband van het type weber Anputzband. Deze tenminste 3 cm overlappend aanbrengen
  • opgelet<//u> : bewegings- of constructievoegen dienen in het gevelisolatiesysteem overgenomen te worden

3. VERANKEREN

  • minimum 5 ankers per m² aanbrengen :
    • voor isolatieplaten met rechte kanten : 9 per m²
    • bij toepassing van de noppenmethode (puntrand verlijming),
      onafhankelijk van de randafwerking van de isolatieplaten : 9 per m²
    • ter hoogte van gebouwhoeken en randen : 2 extra per m²
  • de ankers binnen de 3 dagen na het plaatsen van de isolatie aanbrengen
  • de ankers minimaal 40 mm in de draagkrachtige ondergrond verankeren (basiscementeringen of pleisterlagen worden niet als draagkrachtig beschouwd)

4. HOEKAANSLUITING EN PROFIELEN

  • op alle uitwendige hoeken hoekbeschermers weber.therm 312 of weber.therm 314 plaatsen. Deze vol inbedden en voorkomen dat er holle ruimten achter de hoekbeschermers ontstaan
  • hoekprofielen weber.therm 312 (zonder PVC-versterking) of weber.therm 314 (met PVC-versterking binnenin en weefsel 4x4 mm) in een hoek van 45° knippen
  • het hoekprofiel vlak en loodrecht plaatsen. Met een waterpas
    controleren

5. WAPENEN

  • bij elke hoek van ramen en deuren, diagonaal een strook wapeningsweefsel weber.therm 310 of weber.therm 311 aanbrengen (min. 30 x 30 cm)
  • vervolgens, een continu wapeningsweefsel weber.therm 310 of weber.therm 311 aanbrengen, ingebed in weber.therm 301 of weber.therm 304 (alleen indien afgewerkt met sierpleister op siliconenbasis). Ervoor zorgen dat de 1ste laag uitgehard is
  • de wapeningsmortel weber.therm 301 of weber.therm 304 (alleen indien afgewerkt met sierpleister op siliconenbasis) in banen van 110 tot 120 cm breed en in een totale dikte van 4 tot 7 mm met weber.therm 301 en 5 tot 8 mm met weber.therm 304, aanbrengen
  • het wapeningsweefsel weber.therm 310 of weber.therm 311 met behulp van een inox-spaan inbedden. Een overlapping van tenminste 100 mm per baan voorzien, bij inwendige hoeken minimum 150 mm
  • het overtollige weefsel strak onder het sokkelprofiel afsnijden
  • de wapeningsmortel uitvlakken

6. AFWERKINGSLAAG
sierpleister op siliconenbasis

  • de uitgeharde ondergrond, van minstens 7 dagen oud, met de hechtings en porositeitsregelende primer weber.prim 403 voorstrijken
  • om aanzetten te vermijden, grote oppervlakken met afplakband van
    10 mm breed in vlakken van maximum 20 m² verdelen
  • de inhoud van de emmer opmengen om een soepele en homogene
    pasta te bekomen
  • het pleister weber.pas 481 met een inox-plakspaan aanbrengen
  • de laagdikte aan de grootste korrels aanpassen
  • vervolgens, het pleister schuren door de PVC-spaan te verplaatsen
    met regelmatige horizontale, vertikale of draaiende bewegingen, om
    zo het gewenste aspect te bekomen
  • vóór het uitharden, zorgvuldig de afplakband verwijderen zodat de
    voegen zichtbaar worden. De voeg kan geschilderd worden

tegels of steenstrips

  • bij tegels : op de uitgeharde en droge ondergrond, dubbel verlijmen
    met weber.col plus L of weber.col plus F2 (zie de gids weber of
    www.weber-belgium.be)
  • voegen, van min. 5 mm voorzien en met weber.joint flex opvoegen
    (zie de gids weber of www.weber-belgium.be)
  • bij steenstrips : verlijming afhankelijk van type : ons raadplegen
  • voegen, van min. 8 mm voorzien en met weber.ter brick opvoegen (zie
    de gids weber of www.weber-belgium.be)

Meer informatie

Verbruik