Gebruik
Toepassingsdomeinen
- thermisch gevelisolatiesysteem, opgebouwd uit verlijmde en op bepaalde ondergronden extra mechanisch bevestigde platen van geëxpandeerd polystyreen (EPS), afgewerkt met een sierpleister op basis van siliconen
Toegelaten ondergronden
buiten
- beton of betonblokken (weber.therm 370 als lijmmortel gebruiken)
- cellenbetonblokken
- oud of nieuw bakstenen metselwerk, uitgevlakt met een basispleister type weber.dress, ons raadplegen (dient extra mechanisch verankerd te worden)
- geverfde ondergrond (dient extra mechanisch verankerd te worden)
- voor andere ondergronden, ons raadplegen
Verenigbare bekledingen
- sierpleister op basis van siliconen : weber.pas 481
Gebruikslimieten
weber.therm 040 super (weber.therm B 100 WVDS) niet gebruiken op :
- houten ondergronden
- niet-vlakke of niet-uitgevlakte ondergronden
- andere niet vermelde ondergronden
- gevels hoger dan 22 m
Referentiedocumenten
- weber.therm 040 super (weber.therm B 100 WVDS) beschikt over een Europese Technische Goedkeuring : ETA04/0005. Hiermee voldoet het thermisch gevelisolatiesysteem weber.therm 040 super (weber.therm B 100 WVDS) aan de technische specificaties beschreven in de Europese Goedkeuringsleidraad voor gevelisolatiesystemen ETAG 004
- ATG informatieblad 2003/2 : gevelisolatiesystemen met
pleisterafwerking : plaatsingstechniek en uitvoeringsdetails - www.energiesparen.be (Vlaams Gewest)
- www.ibgebim.be (Brussels Hoofdstedelijk Gewest)
- http://energie.wallonie.be (Waals Gewest)
- WTCB : TV 209
Prestaties
1. LIJM- EN WAPENINGSMORTEL
- weber.therm 301 of weber.therm 304 (lichtgewicht) is een minerale lijm- en wapeningsmortel, om af te werken met een sierpleister op basis van siliconen
- druksterkte van de uitgeharde mortel :
- weber.therm 301 : > 10 N/mm²
- weber.therm 304 : > 4 N/mm²
- waterdampdoorlaatbaarheid μ :
- weber.therm 301 : < 20
- weber.therm 304 : < 15
deze waarden zijn resultaten van genormaliseerde laboratoriumproeven. Zij kunnen gevoelig gewijzigd worden door de uitvoeringsomstandigheden op de werf - weber.therm 370 is een minerale lijmmortel voor gebruik op
betonnen ondergronden
2. ISOLATIE
- weber.therm EPS 040 Fassade standard is een geëxpandeerde
polystyreen en brandvertragende isolatieplaat, gecertifieerd volgens
NEN 6065/6066 - warmtegeleidingscoëfficiënt λ : 0,040 W/m.K (ook 0,035 W/m.K en 0,032 W/m.K zijn beschikbaar)
- reactie bij brand : E (Euroklasse)
- diktes : 60, 80, 100, 120, 140 en 160 mm (andere diktes tot 300 mm zijn beschikbaar, zie “Gereedschappen en toebehoren”)
- waterdampdoorlaatbaarheid (diffusieweerstand) μ : 20/40
- afmetingen : 1000 x 500 mm (rechte kanten)
- warmteweerstand van de isolatie: R-waarden (d/λ)*
|
dikte isolatieplaat (mm) |
R-waarden (m².K/W) |
|
60 |
1,50 |
|
80 |
2,00 |
|
100 |
2,50 |
|
120 |
3,00 |
|
140 |
3,50 |
|
160 |
4,00 |
* mathematisch afgerond
- warmtedoorgangscoëfficiënt van de isolatie : U-waarden*
|
dikte isolatieplaat (mm) |
U-waarden (W/m².K) |
|
60 |
0,67 |
|
80 |
0,50 |
|
100 |
0,40 |
|
120 |
0,33 |
|
140 |
0,29 |
|
160 |
0,25 |
* mathematisch afgerond
- voor het isoleren van de funderingen, weber.therm EPS 035 Sockel
express isolatieplaten (van geëxpandeerd polystyreen) met
weber.therm 370 verlijmen- warmtegeleidingscoëfficiënt λ : 0,035 W/m.K
- reactie bij brand : E (Euroklasse)
- diktes : 40, 50, 60, 70, 80, 90, 100 en 120 mm (andere diktes beschikbaar op aanvraag)
- waterdampdoorlaatbaarheid (diffusieweerstand) μ : 40/100
- afmetingen : 1000 x 500 mm
3. WAPENINGSWEEFSEL
- het wapeningsweefsel weber.therm 310 of weber.therm 311 is een
alkalibestendig en schuifvast geïmpregneerd glasvezelnet- afmetingen : rol van 55 m²
- breedte van de rol : 110 cm
- mazennet : 4 x 4 mm (weber.therm 311) of 8 x 8 mm (weber.therm 310)
4. ANKERS
schroefanker
- het schroefanker weber.therm STR U, met Europese Technische Goedkeuring, heeft een brede geperforeerde schotel van 60 mm. De boorgatdiameter bedraagt 8 mm. De schroefplug kan op alle toegelaten ondergronden worden gebruikt als mechanische bevestiging van de EPS-isolatieplaten. Bij alle EPS-isolatieplaten kunnen de schroefankers verzonken of aan de oppervlakte gemonteerd worden. In verzonken montage dient het anker geplaatst te worden met behulp van het speciale plaatsingsgereedschap weber.therm STR Tool. Indien aan het oppervlak gemonteerd, de dopjes weber.therm STR U Stopfen gebruiken om koudebruggen te voorkomen
- afmetingen weber.therm STR U : 60, 80, 100, 120, 140, 160 en 180 mm
slaganker
- het slaganker weber.therm NT U, met Europese Technische Goedkeuring, heeft een brede geperforeerde schotel van 60 mm en een stalen slagpen. De boorgatdiameter bedraagt 8 mm. De slagplug wordt op alle toegelaten ondergronden gebruikt als mechanische bevestiging van EPS-isolatieplaten
- afmetingen weber.therm NT U : 40, 60, 80, 100, 120, 140, 160 en 180 mm
5. VOORSTRIJKLAAG
- weber.prim 403 is geschikt als hechtbrug en porositeitsregelaar vóór het afwerken met weber.pas 481
6. AFWERKING
- weber.pas 481 is een sierpleister op basis van siliconen voor het afwerken van het weber.therm 040 super (weber.therm B 100 WVDS) isolatiesysteem
- korreldiameter 1,5 of 2 mm
- verkrijgbaar in 120 kleuren
- waterdampdiffusieweerstand μ : ca. 150
- wateropnamecoëfficiënt w : 0,12 kg/m².√h
deze waarden zijn resultaten van genormaliseerde laboratoriumproeven. Zij kunnen gevoelig gewijzigd worden door de uitvoeringsomstandigheden op de werf
Aanbeveling
- door de specifieke techniek en het materiaal, nodig voor de
toepassing van dit product, wordt aangeraden dit product enkel door
professionele gebruikers te laten toepassen
Voorbereiden van de ondergronden
- de ondergrond dient droog, vlak, draagkrachtig te zijn en vrij van losse delen, stof, vet en algen
- alle aan de gevel bevestigde voorwerpen verwijderen
- poreuze ondergronden met primer weber.prim 405 voorstrijken
- oneffenheden met een basispleister type weber.dress uitvlakken (ons raadplegen)
- de stellingen van een afdekzeil voorzien om het systeem te
beschermen tegen droge wind, regen en volle zon
Toepassingsvoorwaarden
- gebruikstemperatuur (lucht en ondergrond) : van +5°C tot +30°C
- niet aanbrengen op bevroren of ontdooiende ondergronden, of bij
vorstrisico binnen de 48 uren - niet aanbrengen in volle zon, bij regen of risico op regen en bij droge
wind
Aanbrengen


1. SOKKELAANSLUITINGEN
- de sokkelprofielen aan de isolatiedikte aanpassen
- de sokkelprofielen met ankers weber.therm 342 waterpas aan de
ondergrond bevestigen, eventueel met opvulstukken weber.therm Ausgleichs-und Distanzstücke opvullen - bij hoeken en rechte aansluitingen tussen de sokkelprofielen, 4 mm ruimte voorzien om thermische uitzettingen op te vangen. Hiervoor verbindingsstukken weber Sockelprofil-Verbinder gebruiken. In- en uitwendige hoeken in verstek (45°) afzagen en met een speling van 4 mm aanbrengen



2. KLEVEN VAN DE ISOLATIE (EPS)
plaatsing van de isolatieplaten
- de lijm- en wapeningsmortel weber.therm 301 of weber.therm 304 mengen tot het bekomen van een homogeen mengsel. Niet meer product aanmaken dat niet binnen de 2 uren verwerkt kan worden
- de isolatieplaten altijd in verband (tenminste 25 cm verspringend) op de ondergrond aanbrengen en ter hoogte van de hoeken laten afwisselen
- bij ondergronden met oneffenheden van minder dan 10 mm/2 m weber.therm 301 of weber.therm 304 volgens de volvlak verlijming (kambedmethode) aanbrengen. De lijmmortel over de gehele achterzijde van de isolatieplaat door middel van een 20 mm getande spaan aanbrengen. Rechte lijmstrepen over de gehele lengterichting van de plaat voorzien. De plaat onmiddellijk tegen de ondergrond aandrukken. Steeds een overdracht van minstens 50% voorzien
- bij ondergronden met oneffenheden van meer dan 10 mm/2 m (met
een maximum van 20 mm) weber.therm 301 of weber.therm 304 volgens de strokenmethode aanbrengen. De lijmmortel in een gesloten baan aan de randen en tweemaal over de breedte van de isolatieplaat aanbrengen. De plaat onmiddellijk tegen de ondergrond aandrukken en laten drogen. Steeds een overdracht van minstens 50% voorzien - een alternatief voor de strokenmethode is de puntrand verlijming (noppenmethode). Hierbij dient men de lijmmortel in een gesloten baan aan de randen van de isolatieplaat aan te brengen en in een aantal kleefpunten (noppen) te verdelen over het plaatoppervlak. Direct nadat de isolatieplaten van lijmmortel voorzien zijn, aanbrengen op de gevel. Steeds een overdracht van minstens 50% voorzien
- de plaatnaden dienen volledig vrij te zijn van lijmmortel. Om goed gesloten voegen te bekomen en geen mortel tussen de voegen te hebben, de isolatieplaten op 3 cm afstand van de al gelijmde platen op de muur aanbrengen en deze daarna door een schuivende beweging strak aansluiten
- de plaat goed aankloppen om een vlakke aansluiting en verlijming te bekomen. De lijmmortel, die door het verschuiven van de plaat op de muur komt, verwijderen alvorens de volgende plaat te plaatsen bij hoekaansluitingen de lijmspecie van de rand vrijhouden (3 cm + plaatdikte)
- hoeken rond de gevelopeningen uit één plaat zagen. Er mogen zich geen horizontale, vertikale of diagonale plaatnaden rond de hoeken van gevelopeningen bevinden
- eventuele openingen van meer dan 2 mm met PUR-schuim of een isolatiemateriaal van dezelfde aard opvullen
- de isolatieplaten op de hoeken en voegen volledig vlak schuren. Het geïsoleerde oppervlak dient volledig vlak te zijn
- op betonnen ondergronden, weber.therm 370 als kleefmortel en weber.therm 301 of weber.therm 304 als wapeningsmortel gebruiken
aansluitingen
- gevelopeningen aan ramen en deuren, voor de start van de werkzaamheden, met behulp van de voegendichtband weber Fugendichtband 2D waterdicht maken
- waterslagen voor aanvang van de isolatiewerken monteren. Een oversteek van 30 mm voorzien, gerekend vanaf de voorzijde van het systeem, om aflopend water en vervuiling van het pleisterwerk te voorkomen
- aansluitingen met niet te isoleren bouwdelen waterdicht uitvoeren met behulp van een afplakband van het type weber Anputzband. Deze tenminste 3 cm overlappend aanbrengen
- opgelet :<//u> bewegings- of constructievoegen dienen in het gevelisolatiesysteem overgenomen te worden
3. VERANKEREN
- in volgende gevallen, een aanvullende mechanische bevestiging
voorzien :- vanaf 10 m boven het maaiveld
- bij toepassing van de noppenmethode (puntrand verlijming), voor
ondergronden met oneffenheden groter dan 10 mm/2 m - op ondergronden waarbij de hechting niet gegarandeerd is (geverfde oppervlakken, met mortel uitgevlakte oppervlakken, ...)
- op gebogen of gekromde oppervlakken
- op horizontale ondergronden
- minimum 5 ankers per m² aanbrengen :
- voor isolatieplaten met tand en groef : 5 per m²
- voor isolatieplaten met rechte kanten : 9 per m²
- bij toepassing van de noppenmethode (puntrand verlijming),
onafhankelijk van de randafwerking van de isolatieplaten : 9 per m² - ter hoogte van gebouwhoeken en randen : 2 extra per m²
- de ankers binnen de 3 dagen na het plaatsen van de isolatie aanbrengen
- de ankers minimaal 40 mm in de draagkrachtige ondergrond verankeren (basiscementeringen of pleisterlagen worden niet als draagkrachtig beschouwd)


4. HOEKAANSLUITING EN PROFIELEN
- op alle uitwendige hoeken hoekbeschermers weber.therm 312 of
weber.therm 314 plaatsen. Deze vol inbedden en voorkomen dat er holle ruimten achter de hoekbeschermers ontstaan - hoekprofielen weber.therm 312 (zonder PVC-versterking) of weber.therm 314 (met PVC-versterking binnenin en weefsel 4x4 mm) in een hoek van 45° knippen
- het hoekprofiel vlak en loodrecht plaatsen. Met een waterpas controleren
5. WAPENEN
- bij elke hoek van ramen en deuren, diagonaal een strook wapeningsweefsel weber.therm 310 of weber.therm 311 aanbrengen (min. 30 x 30 cm)
- vervolgens, een continu wapeningsweefsel aanbrengen, ingebed in weber.therm 301 of weber.therm 304. Ervoor zorgen dat de 1ste wapeningslaag uitgehard is
- de wapeningsmortel in banen van 110 tot 120 cm breed en in een totale dikte van 4 tot 7 mm met weber.therm 301 en 5 tot 8 mm met weber.therm 304, aanbrengen
- het wapeningsweefsel weber.therm 310 of weber.therm 311 met behulp van een inox-spaan inbedden. Een overlapping van tenminste 100 mm per baan voorzien, bij inwendige hoeken minimum 150 mm
- het overtollige weefsel strak onder het sokkelprofiel afsnijden
- de wapeningsmortel uitvlakken
6. AFWERKINGSLAAG
- de uitgeharde ondergrond, van minstens 7 dagen oud, met de hechtings- en porositeitsregelende primer weber.prim 403 voorstrijken
- om aanzetten te vermijden, grote oppervlakken met afplakband van
10 mm breed in vlakken van maximum 20 m² verdelen - de inhoud van de emmer opmengen om een soepele en homogene
pasta te bekomen - het pleister weber.pas 481, met een inox-plakspaan aanbrengen
- de laagdikte aan de grootste korrels aanpassen
- vervolgens, het pleister schuren door de PVC-spaan te verplaatsen met regelmatige horizontale, verticale of draaiende bewegingen, om zo het gewenste aspect te bekomen
- vóór het uitharden, zorgvuldig de afplakband verwijderen zodat de
voegen zichtbaar worden. De voeg kan geschilderd worden
Meer informatie
Verbruik
- lijmmortel :
- weber.therm 301 : ± 5 kg/m²
- weber.therm 304 (lichtgewicht) : ± 4 kg/m²
- weber.therm 370 : ± 5 kg/m²
- wapeningsmortel :
- weber.therm 301 : ± 7 kg/m²
- weber.therm 304 (lichtgewicht) : ± 5 kg/m²
- voorstrijklaag :
- weber.prim 403 : 0,25 l/m²
- weber.prim 405 : 0,2 l/m²
- afwerkingslaag :
- weber.pas 481 : 3 kg/m² (korrelgrootte van 1,5 en 2 mm)








