weber.mixMF 352(dunmortel 352)

Print deze pagina Klik hier om deze pagina aan te raden aan een vriend !

Gekleurde dunmortel voor matig tot zeer weinig zuigende stenen :

  • Voor het optrekken van gevels uit baksteen, met dunne voegen (4 tot 8 mm)
  • Verkort het bouwproces, navoegen is niet meer nodig
  • Eenvoudig aan te brengen met truweel
  • Met hoog watervasthoudend vermogen, voorkomt verbranding van de mortel
  • Zowel geschikt voor terugliggende als in het zicht blijvende voegen
  • Uitermate geschikt voor verborgen dilataties
  • KOMO-kwaliteitslabel
  • Leverbaar in 25 standaardkleuren


Gebruik

Toepassingsdomeinen

  • het dunmetselen van stenen met een matig tot zeer weinig zuigend vermogen
  • het dunmetselen van betonstenen

Gebruikslimieten

weber.mix MF 352 is niet geschikt voor :

  • het dunmetselen van stenen met een sterk tot normaal zuigend vermogen : weber.mix MF 351 gebruiken
  • het dunmetselen van silicaatsteen

Gebruiksvoorzorgen

  • de voorzorgsmaatregelen aangeduid op de verpakking en op het veiligheidsblad naleven

Verwerkingseigenschappen

  • levensduur van het mengsel : ongeveer 2 uren
    deze tijd kan verschillen afhankelijk van de temperatuur en luchtvochtigheid
  • minimale voegdikte : 4 mm
  • maximale voegdikte : 8 mm

Identificatie

  • samenstelling : cement (EN 197-1), harde dichte toeslagmaterialen (EN 13139), kalksteenmeel, kleurpigment en combinatie van additieven die de verwerkbaarheid, stabiliteit en hechtsterkte bevorderen
  • grootste korrelafmeting : ongeveer 3 mm
  • granulometrie : 0 - 2

Prestaties

  • mortelklasse : M10
  • prestatiemortels (D), type : metselmortel voor algemene toepassing (G)
  • morteltoepassingstype : A
  • brandklasse : A1

Eigenschappen mortelspecie (gemiddelde waarden) 

  • waterbehoefte : 15%
  • spreidmaat : 170 mm (EN 1015-3)
  • volumieke massa : 1900 kg/m³ (EN 1015-6)
  • luchtgehalte : 13% (EN 1015-7)
  • uitlevering : 605 l/ton

Eigenschappen verharde mortel (gemiddelde waarden) 

  • volumieke massa : 1800 kg/m³ (EN 1015-10)
  • buigtreksterkte : 3,8 N/mm² (EN 1015-11)
  • druksterkte : 12 N/mm² (EN 1015-11)

Hechtsterkte mortel / steen (kruisproef)

  • morteltoepassingstype A (buiten) : na 28 dagen : ≥ 0,3 N/mm² (NEN 6790)
  • morteltoepassingstype B (binnen) : na 28 dagen : ≥ 0,1 N/mm² (NEN 6790)

deze waarden zijn resultaten van laboratoriumproeven op +20°C. Ze kunnen gevoelig gewijzigd worden door de uitvoeringsomstandigheden en de temperatuur op de werf


Referentiedocumenten

  • getest volgens de Europese Normen (EN) van toepassing
  • KOMO- gecertificeerd

Aanbevelingen

  • oude en verse metselspecie nooit vermengen
  • plaats de profielen op een zodanige manier dat men ook achter de profielen kan doorstrijken of uitkrabben
  • met proper en roestvrij gereedschap werken (inox)
  • het gebruikte gereedschap met water reinigen. Verharde mortel kan alleen mechanisch verwijderd worden
  • altijd dezelfde waterhoeveelheid gebruiken, zodat de karakteristieken van de mortel hierdoor niet beïnvloed worden

Voorbereiden van de ondergronden

  • te droge of te natte stenen kunnen leiden tot een slechte hechting
  • zeer weinig zuigende stenen nooit voorbevochtigen

Toepassingsvoorwaarden

  • gebruikstemperatuur : van +5°C tot +30°C
    de karakteristieken van de mortel verminderen wanneer de temperatuur < 5°C
  • niet aanbrengen op bevroren of ontdooiende metselstenen
  • niet aanbrengen bij vorst- en regenrisico binnen de 24 uren

Aanbrengen

MENGEN

  • weber.mix MF 352 met een traagdraaiende elektrische menger (500 tpm) met 3,5 - 4 l zuiver water per zak van 25 kg aanmaken. De droge mortel in 75% - 80% van het aanmaakwater toevoegen. Tijdens het mengen de rest van het aanmaakwater, volgens de gewenste verwerkingsconsistentie, toevoegen tot het bekomen van een plastische, klontvrije mortel. De specie ongeveer 3 minuten mengen
  • bij het gebruik van een silo, de gebruiksaanwijzingen naleven

UITVOEREN
doorstrijken

  • bij de uitvoering van het metselwerk dienen de stoot- en lintvoegen “vol en zat” gemetseld te worden
  • de metselspecie kan worden doorgestreken op het moment dat de specie voldoende is aangetrokken, maar nog plastisch genoeg is om glad afgewerkt te kunnen worden. Het bepalen van dit moment is afhankelijk van het zuigende karakter van de steen en de weersomstandigheden tijdens het metselen. Een voegenroller of een voegijzer gebruiken

uitkrabben

  • bij de uitvoering van het metselwerk dienen de stoot- en lintvoegen “vol en zat” gemetseld te worden
  • de metselspecie kan 1 cm tot 1,5 cm worden uitgekrabd op het moment dat de specie voldoende is aangetrokken. Het bepalen van dit moment is afhankelijk van het zuigende karakter van de steen en de weersomstandigheden tijdens het metselen
  • de losse delen met een harde borstel verwijderen

NABEHANDELEN

  • het metselwerk tegen regen, vorst, warm weer en/of droge wind beschermen

CE-markering

versie : februari 2011


Meer informatie

Verkoopeenheden

  • zak van 25 kg (volledige pallet van 42 zakken, hetzij 1050 kg)
  • silo (minimale bestelhoeveelheid : 9 ton)

Palletformaat

  • 80 x 120 cm

Verbruik

  • waalformaat (210 x 100 x 50) :
    • voegdikte : 5 mm
    • verbruik/m² : +/- 22 kg
    • verbruik/1000 stenen : +/- 265 kg
  • dikformaat (210 x 100 x 65) :
    • voegdikte : 5 mm
    • verbruik/m² : +/- 18 kg
    • verbruik/1000 stenen : +/- 280 kg

genoemde verbruiken zijn gebaseerd op praktijkgegevens op de werf en dienen derhalve slechts als indicatie. Er is geen rekening gehouden met eventuele perforaties in de steen


Verbruiksberekening


Gereedschap

  • truweel, spuitzak, traagdraaiende elektrische menger, kuip, voegenroller, voegijzer, borstel, plastic folie

Bewaring

12 maanden vanaf fabricatiedatum, in gesloten originele verpakking, te beschermen tegen vocht


Documentatie


Neutrale bestektekst